Daarbij twee anciens, Eddy Casteels en verloren Charleroizoon Giovanni Bozzi, één blijver, Jurgen Van Meerbeeck en zowaar één debutant als head-coach op het hoogste niveau: Philip Wintein.
We zijn nog niet in de helft van het seizoen of eentje valt al af, toevallig of niet de youngster onder hen, Wintein. Het fenomeen is natuurlijk niet nieuw en zeker ook niet uniek aan het basketbal. Er bestaat zelfs al een klassieke Vlaamse uitdrukking voor: 'Geen sant in eigen land'. En ja, het doet zich voor op elk niveau, van Ethias League over landelijke tot provinciale.
Al jaren botsen we op een muur van onbegrip wanneer we een jonge coach adviseren aan een of andere club. 'Geen ervaring' klinkt het onveranderd. Ja hallo, waar anders kan men die opdoen dan op het terrein? Natuurlijk willen bestuur en supporters resultaten zien voor hun centen. Maar wordt in de beoordeling iedereen wel over dezelfde kam geschoren?
Zijn de resultaten van Aalst, Antwerp en Oostende dan zoveel beter dan die van Gent, het verwachtingspatroon in acht genomen? Natuurlijk werd Aalst bedolven onder tegenslagen, maar was de uitdaging bij Gent niet net iets te hoog gegrepen, met twee doorsnee Amerikanen, acht Belgen en twee bankvullers? Hier werd de coach, in tegenstelling tot de andere ploegen, echter wel afgerekend op de uitslagen.
Maar ook de oudere generatie Belgische topcoaches deelt in de brokken. Bozzi vormt hier de uitzondering op de regel, maar het gaat hier dan ook om een monument. Anderen met naam en faam moeten hun basketkennis verzilveren op lager niveau of als TV-commentator. Meer ronkende namen in tweede klasse dan in eerste trouwens.
Ander fenomeen bij onze Belgische gevestigde waarden is dat er een paar tussen schuilen die blijkbaar even goed eeuwige trouw beloofd hebben aan hun basketvrouwen als aan hun eigen eega. Marc Foucart, Arvid Diels, zowel als Benny Mertens, zijn uit het damesbasket blijkbaar niet meer weg te branden. Of verkiezen zij zekerheid boven de lucratieve speelbal te worden van clubs die geloven in het sprookje van Assepoester?
Anderzijds is het natuurlijk ook waar dat sommige coaches ook eens in eigen boezem moeten kijken. De peetvader onder onze coaches, Lucien Van Kersschaever, stelde ooit in een interview dat verscheen in het coachesblad 'Rebound' dat wie een loopbaan wil opbouwen op stevige fundamenten, best eerst een aantal jaren aan de slag gaat als assistent-coach, om de knepen van het vak te leren. Zelf is hij samen met zijn vroegere assistent bij Mechelen, Eddy Casteels, het levende bewijs van deze theorie.
Veel beginnende coaches maken tevens de fout om niet rustig de weg naar de top te beklimmen, maar daar liefst onmiddellijk worden neergepland. De eerste vraag die bij sommigen opkomt is niet 'Kan ik dit nu al aan', maar 'Hoeveel brengt dat op'? Van Kers verwoordde het in zijn sappig Blankenbergs dialect zo: 'Men moet in een carrière eerst investeren vooraleer men kan denken aan incasseren'.
De taak van assistent-coach wordt echter even sterk onderschat in het basketbalwereldje als die van jeugdcoach. Een goede assistent moet een steun zijn voor zijn head-coach. En niet iemand die zit te wachten op diens ontslag, om zelf een stap vooruit te kunnen zetten, zoals dat jammer genoeg soms wel het geval is. Zit het woord 'assist' misschien zelfs niet toevallig verscholen in de naam assistent-coach? Hij mag zoveel influisteren en suggereren als hij wil, maar nooit naar de spelers toe de indruk verwekken dat hij de souffleur is van zijn patron. In ruil krijgt hij daarvoor gratis praktijkopleiding zonder zelf in het oog van de storm te staan als het als een misloopt.
En over opleiding gesproken. Is hier ook geen taak weggelegd voor de opstellers van de opleidingscursussen of de coachesverenigingen? Zou het niet leerzaam zijn voor beginnende coaches een soort grondplan mee te krijgen van de doolhof, die de weg naar de coachingtop toch is? Ooit vroeg één van de lesgevers aan de trainerscursus ons 'Moet men een pedagogisch diploma hebben om een goed coach te zijn' of ook 'Moet men zelf aan de top gespeeld hebben om coach te worden op het hoogste vlak'? Hij gaf er gratis zelf het antwoord bij: 'Neen, maar het helpt'.
Vraag mij niet waarom ik dit allemaal heb neergeschreven, ik weet het zelf niet goed. Misschien is het de periode van het jaar, die een mens filosofisch maakt.
Boxie
|
|